De kist is zwaarder dan ik dacht. Ondanks zes dragers. De uitvaartbegeleider geeft een knikje: lopen maar. Een neef gaat voorop, een neef loopt achter me, ik loop in hun pas. Kleine stapjes, kalm aan.

De loopplank naast het graf wiebelt een beetje. Ik zet er voorzichtig een voet op en schuifel door naar achteren.

Daarna is het alsof we gerepeteerd hebben: kwartslag draaien, handvat met twee handen vastpakken, elkaar aankijken, kist laten zakken, weer rechtop gaan staan, een knikje en terug naar je plaats.

Het is 27 januari 2018. We nemen afscheid van oom W.

Nog geen jaar na het overlijden van zijn vrouw gaf ook hij de geest. Zijn zonen troffen een verzameling papiertjes aan met zijn laatste wensen: teksten om voor te lezen, muziek om naar te luisteren, namen van neven en nichten om de kist te dragen.

Ik zei meteen ja toen mijn neef me belde met het verzoek om drager te zijn.

Vorig jaar vroeg hij of ik wilde zingen op de uitvaart van zijn moeder. Het was een wens van mijn tante. Ik vond het een prachtige vraag, maar ik kon geen ja zeggen. Ik moest al huilen bij het idee.

Met het dragen van m’n oom kon ik mijn nee een beetje goedmaken.

Afgelopen zaterdag. We nemen afscheid van oom G.

In de aula heb ik zicht op mijn ooms en tantes. Grijze koppen, allemaal een bril. Samen vullen ze twee banken.

Mijn moeder komt uit een gezin van 12 kinderen. In de lange rij van broers en zussen vallen steeds meer gaten. De familie is als een margriet die haar blaadjes één voor één verliest.

Tijdens het gebed gluur ik naar mijn moeder. Ze tilt haar bril op en ze veegt haar natte wangen af met een katoenen zakdoek. Ze veegt en veegt, maar de tranen blijven komen.

Ik kijk de andere kant op en ik dep mijn ogen met mijn mouw.

De avond voor de uitvaart sta ik nog te swingen op de dansvloer

We hebben een feestje. Vrienden vieren dat ze een nieuwe koeienstal hebben gebouwd, dat ze minstens 12,5 jaar getrouwd zijn en dat hij Abraham heeft gezien.

Zij heeft een prachtige jurk aan, hij draagt een grote grijns, wij worden verwend met drankjes, hapjes en muziek. Ik discodans zelfs nog met mijn broer.

‘Ben jij nog op de uitvaart morgen?’, vraagt hij.
‘Ja’, zeg ik, ‘maar ik ga niet koffiedrinken na afloop.’

Ik kan niet goed overweg met koffietafels na begrafenissen. Het wordt al snel te gezellig. Ik piep er liever tussenuit voordat het tot schaterlachen komt.

Na de afscheidsdienst ga ik tóch koffiedrinken

Mijn benen slaan linksaf de koffiezaal in zonder dat ik het van plan was. Ik ga zitten tussen twee nichtjes in.

‘Ik was maandag nog even bij je moeder.’
Mijn nicht aan de linkerkant. Ze was bij m’n moeder aangewipt om te kijken of hoe het met haar ging. Wat lief.

‘Je moeder is een taaie. Veel vitaler dan de mijne.’
Mijn nicht aan de rechterkant. Ze vertelt over haar moeder en over de tatoeage die ze op haar pols heeft laten zetten. ‘Een muzieksleutel, als aandenken aan papa. Voor mama weet ik ook al wat.’ We glimlachen ongemakkelijk bij het vooruitzicht.

Een oom prikt met zijn reumatische wijsvinger in mijn richting en wenkt me. ‘Vind jij het feestje van gisteren ook zo haaks staan op vandaag?’ Ik knik van ja. We praten wat, we zeggen dat het er allemaal bij hoort. We maken elkaar wijs dat het leven saai is zonder contrast.

Dan ga ik naar huis. Het is niet te gezellig geworden.

 

 


 

 

 

5 thoughts on “Het hiernamaals en het hiernumaals

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.