Tijd. Mensen. Liefde (en leed): alles gaat voorbij. En daar is veel moois over geschreven – om in te zwelgen en weer mee door te gaan.


Zaterdag werd Ionica Smeets’ laatste oma begraven. Dat lees ik in haar column in Sir Edmund/De Volkskrant. Ionica is verdrietig om alles dat was en voorbijgaat, en schrijft:

Ik slik even wat weg.

Wil niet nadenken over een onbekende oma, of m’n pa, of al die anderen. Maar zoals dat gaat met alles wat je wegdrukt: het komt terug met de kracht van een bal die je onder water probeert te houden.

Een gedicht van Judith Herzberg popt op. ‘Tantes met prikkende kinnen’:

Was een woest kind
had geen zin in
zoenen van tantes
met prikkende kinnen
zie nu pas in
dat tantes met
prikkende kinnen
ook woeste kinderen
zijn geweest met
tantes met prikkende
kinnen bij wie ze
geen zin in zoenen —
maar dat wel moesten.

En ja, dan zie ik mevrouw Van Loon voor me. De schat.

Mevrouw van Loon (niet de echte) woont in het verzorgingshuis. Zwaar in de war, altijd ziek, toch nog gezellig gebleven. Ik was gevraagd om haar te komen verwennen met een handmassage, als extraatje.

Een beetje onvoorbereid kwam ik aan: op de fiets gestapt zonder handschoenen. Kouwe jatten want vorst. Niet zo slim.

“Kind, wat zijn je vingers koud.” Ik mompel een vaag ‘sorry’, maar dat blijkt helemaal niet nodig. “Meisje, kom eens hier met je handjes, dan wrijf ik ze warm. Zo kun jij toch niet naar school toe gaan?”

Ze kijkt me aan. Is weer moeder. Of misschien ‘Oma Poes’ of ‘Tante Zus’. Een vrouw in zo’n jasschort, die het schoolmeisje met liefde uitzwaait bij de deur.

Verdomde rottig dat ook dit moment slechts voor zo even is.

Maar goed: alles gaat voorbij. Wordt poeder, zoals de vliegen in mijn bureaulamp.

We komen en vertrekken en in de tussentijd mogen we mooie dingen zien. Jenny Arean zingt daar dit over:

’t Kind loopt met haar vader door de stad
En beiden hebben ernstige gedachten
Tot zij ergens op de grachten
Bij een standbeeld vraagt ‘Pap, wie is dat?’
‘Theo Thijssen’ zegt de man
En hij vertelt haar alles
Wat hij van de schrijver weet
En van een boek dat Kees de Jongen heet

En ineens, als ‘ie dat staat aan te prijzen
Snapt ‘ie dat het in het leven om twee zaken gaat
De liefde te herkennen, vroeg of laat
En onderweg de mooie dingen aan te wijzen

(De mooie dingen; Jurrian van Dongen/Rutger Laan.)

Zo simpel is het dus.

Ik klap mijn laptop dicht,

kijk om me heen

en wijs iets moois aan.

Hij lacht terug.



 

6 thoughts on “De dingen die voorbijgaan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.